Landschappelijke Inpassing – B2

Wanneer een bestemming in het buitengebied wordt gewijzigd, kan een gemeente eisen dat het plan in het landschap wordt ingepast. De gemeente kan in een dergelijk geval vragen naar een landschappelijk inpassingsplan (LIP). Een landschappelijke inpassing is een ‘groen kader’ dat zodanige vormgeving en inpassing is, dat deze optimaal is afgestemd op bestaande danwel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Door middel van goed overleg tussen de initiatiefnemer en de adviseur wordt aan de hand van een creatief proces een uitgewerkt voorstel van de inpassing van de veranderingen in het landschap aangeleverd. Dit voorstel voldoet dan aan het (gemeentelijk) beleid ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit. De meeste gemeenten hebben inmiddels een LandschapsOntwikkelingsPlan (LOP) beschikbaar. In een LOP is in grote lijnen reeds geschetst hoe het streefbeeld eruit dient te zien.
Landschappelijke inpassing gaat in eerste instantie uit van bestaande en potentiële waarden van een gebied die zijn afgeleid van de geomorfologie en de occupatie geschiedenis. Tijdens een veldbezoek worden de huidige landschappelijke kenmerken van de locatie en zijn omgeving geïnventariseerd en beoordeeld. Verder worden de groei­plaats­omstandigheden voor bomen en struiken ter plekke ingeschat. Door middel van een bureaustudie worden aanvullende gegevens verzameld en wordt het streefbeeld herleid aan de hand van historisch kaartmateriaal. Het proces van vooroverleg, veldbezoek en bureaustudie brengt het inpassingsplan tot stand. Dit is veelal een creatief proces waarbij veel overlegd en geschetst wordt.

Hoewel landschapselementen tegenwoordig vooral invulling geven aan het visuele aspect, kunnen ook andere waarden worden versterkt of gecreëerd. Een voorbeeld hiervan is de aanplant van fruitbomen of een vegetatie die vanaf het vroege voorjaar aaneengesloten bloeit ten behoeve van de bijenteelt. Verder kan gedacht worden aan het toepassen van autochtoon plantmateriaal. Persoonlijke wensen van initiatiefnemers en/of toekomstige bewoners worden waar mogelijk in het plan meegenomen. In het bijzonder wordt aandacht gegeven aan het beheer en onderhoud. Tekst, ontwerpgrondslagen, schetsen en plantenlijsten vullen elkaar in het plan aan.

Belangrijk is de afstemming van de wensen van de klant en de eisen vanuit de gemeente en provincie. De kaders hiervoor worden aangestuurd door de desbetreffende Provincie en wisselen nogal. Het Limburgs Kwaliteitsmenu wijkt op meerdere punten behoorlijk af van beleidskaders in Brabant, Zeeland of Gelderland.

Limburg Kwaliteitsmenu
Noord-Brabant beleidskader groen
Gelderland – beleidskader groen

Als laatste wil ik u nog even wijzen op de eventuele mogelijkheden voor subsidies en bijdragen vanuit het rijk, aan uw plannen:

Limburg – groenblauw regeling
Noord-Brabant – groenblauw regeling